Deze handleiding is bestemd voor alle
uitvoeringen van dit type auto; alle
mogelijke opties zijn in deze handleiding
opgenomen. Er zullen dan ook
ongetwijfeld onderwerpen worden
beschreven die niet op
De auto is uitgerust met geavanceerde
computers die bepaalde gegevens
opslaan met betrekking tot de bediening
en werking van de auto.
Gegevens opgeslagen door computers
Bepaalde gegevens, zoals de
Instellen van de rijsnelheid
1.Druk op de selectietoets voor de
ondersteuningsmodus en kies de
Dynamic Radar Cruise Control.
Het controlelampje Dynamic Radar
Cruise Control gaat branden.
2.Accelereer of decelereer met behulp van
het gaspedaal naar de gewenste rijsnelheid
(ongeveer 30 km/h of hog
Informatie op display
Weergave informatie ondersteunend
systeem
Aan navigatiesysteem gekoppelde
weergave (indien aanwezig)
Instellingen
Waarschuwingsmelding
Wijzigen van inhoud op een pagina
Selecteer de gewenste inhoud op het
display voor de instellingsmodus van de
pagina.
1.Druk op
of