Deze handleiding is bestemd voor alle
uitvoeringen van dit type auto; alle
mogelijke opties zijn in deze handleiding
opgenomen. Er zullen dan ook
ongetwijfeld onderwerpen worden
beschreven die niet op
De auto is uitgerust met geavanceerde
computers die bepaalde gegevens
opslaan met betrekking tot de bediening
en werking van de auto.
Gegevens opgeslagen door computers
Bepaalde gegevens, zoals de
Weergave instrumentenpaneel
Plaats van meters en tellers
Display met 2 meters
Hybridesysteemindicator/
toerenteller
Hybridesysteemindicator: Geeft het
vermogen of het regeneratieniveau
van het hybridesysteem weer
Deze instelling kan worden gewijzigd
op het instelscherm.
Buitentempera
Instellen van de rijsnelheid
1.Druk op de selectietoets voor de
ondersteuningsmodus en kies de
Dynamic Radar Cruise Control.
Het controlelampje Dynamic Radar
Cruise Control gaat branden.
2.Accelereer of decelereer met behulp van
het gaspedaal naar de gewenste rijsnelheid
(ongeveer 30 km/h of hog